Het verhaal van Brechje:

 

5 September 2009; mijn eerste Kennedymars.

Het plan ontstond vorig jaar, toen bleek dat niet alleen bij mij maar ook bij Esther de wens om  een Kennedymars te lopen steeds sterker werd. 80 Kilometer lopen binnen 20 uur, da’s een heel eind. Bovendien, welke zouden we dan gaan lopen? De Kennedymars van Vijfhuizen is in feite een heel groot rondje om m’n huis, dat leek me wel wat. Mocht het dan mislopen dan was ik zo thuis en wie weet zou het ook nog wel lukken wat mensen langs de route te krijgen.

Zo ongeveer 2 weken voor de start begonnen de zenuwen. 80 kilometer, waar begon ik aan! En dat lopen in de nacht leek me ook helemaal niks voor mij. Maar ja, wie A zegt moet ook B zeggen. Gelukkig bleek Esther net zo zenuwachtig, dat gaf wel troost.

Zaterdagmorgen besteedde ik aan het inpakken van m’n tassen. Een rugzak waar ik mee zou lopen, en een extra tas waar ik op de 25 en 40km rustpunten over kon beschikken. Wat zou ik nodig hebben? Ik had geen idee wat het met je doet om zover te lopen. Zenuwen! Gelukkig kwamen Elsemarie en Ferry afleiding brengen, die waren naar een huisje wezen kijken in de wijk en kwamen even langs. Om 13.00 kwam Esther aan en die bleek net zo te hyperen als ik. Samen gingen we nog even de stad in voor de laatste notenrepen en breeklichtjes voor aan de tas. Bij thuiskomst waren m’n ouders er inmiddels ook en bleek m’n moeder ook een hele koker breeklichtjes bij zich te hebben voor ons. Het slapen ’s mddags wilde niet echt lukken en al gauw zaten we met z’n allen te eten.

Nadat we Ronald en Janne opgehaald hadden bij het station reden we naar Vijfhuizen. Ronald had al 29 Kennedymarsen gelopen en ook Janne had er al een flink aantal gedaan en ze begrepen niet waarom we zo zenuwachtig waren. We hadden de 4daagse toch ook uitgelopen? Maar dat leek er opeens niks meer toe te doen.

Het aanmelden verliep soepel en we konden onze “rustpunt-tassen” gelijk in de vrachtwagen zetten. Er liepen wel 20 mensen van het w4w-forum dus we kregen het druk met iedereen begroeten en succes wensen. Nog even creatief met breeklichtjes gedaan en een laatste wcbezoek en we konden naar de feesttent van de Vijfhuizen Feestweek voor de start. De mensen daar maakten een haag waar we onderdoor liepen om daarna het donker in lopen voor de eerste lus van 12 km.

Om ons heen liepen de andere 100 deelnemers, de meeste met reflectiehesjes en lampjes, al reed er in deze lus ook een auto voorop en achteraan mee voor onze veiligheid. We liepen vlak langs een van de landingsbanen van Schiphol en zagen daadwerkelijk ook een vliegtuig landen. Een machtig gezicht zo in het donker. De stemming was goed en we liepen lekker. Om ons heen hoorden we stoere verhalen van andere wandelaars, wat regelmatig voor een glimlach zorgde. Na de lus volgde een korte rust en leerden we meteen wat we de rest van de tocht bij de rusten moesten doen: ons inschrijfnummer noemen. “Nummer 9 en 6 melden zich” J Netjes werd dat dan afgetekend op de lijst van deelnemers. Na een kop thee vervolgden we onze weg, en dit keer liepen we niet meer in de meute, dus moesten we zelf onze weg zoeken. En dat ging al gauw mis. We volgden netjes de pijlen, maar bleken een brug gemist te hebben, waardoor we op de route naar de finish terecht kwamen. Het duurde even voor we dat doorhadden en moesten dus een stuk terug lopen. Oeps! Gelukkig was de brug snel gevonden en al snel kwamen we een heel stel bekenden tegen waarmee we onze weg door de natuur vervolgden naar de volgende rust. Die rust, op de 24km bleek in een vrachtwagen en we zaten er heerlijk warm en kregen wat te drinken en veel vriendelijke woorden van de vrijwilligers. Na een korte stop gingen we verder het duister in op weg naar het pontje. Het bleek een schitterend stuk langs een vaart, door Spaarnwoude en zelfs een deel over de golfbaan (nooit gedacht daar nog eens over te lopen). Onderweg langs de vaarten kwamen we nachtvissers tegen die duidelijk verbaasd waren zoveel mensen midden in de nacht langs te zien komen. J  Linette belde nadat ze een feest had gehad, en Taco smste tijdens het stappen. Toch leuk dat er zoveel mensen tot diep in de nacht bleven steunen! Het begon wat de regenen, maar zo licht dat we er gewoon doorheen konden lopen zonder regenponcho’s en het werd inmiddels zo donker dat we onze hoofdlampen aanzetten. Om ons heen regeerde de rust en het geluid van de wind. Het was heerlijk zo te lopen en afgezien van een paar stukjes die we misschien toch wat eng vonden genoten we van de stilte.

En toen kwamen we aan op de rust van de 30km! Een grote engelse kerstman kwam ons tegemoet gelopen om ons daar welkom te heten en de dixy was helemaal versierd in kerstsferen. De vrachtwagen boodt wederom een warme rustplaats en we kregen een broodje bal en drinken. De vertrektijden van het pontje bepaalde hier wanneer mensen weer opstonden om verder te gaan, en de vrijwilligers riepen om wanneer er weer een vertrok. Het was een en al gezelligheid, maar ook hier konden we niet heel lang blijven. We zaten pas op de 32km en hoewel we prima op schema liepen, hadden we nog een heel eind te gaan. Het begon kouder te worden en Esther en ik trokken allebei een extra jas aan voor we het water overgingen en aan de overkant de polder in liepen. Esther vocht tegen een energiedipje en ik verbaasde me over ons tempo, wat toch al de hele tijd op zo’n 6km per uur lag. Op deze manier zouden we mooi op tijd binnen komen en ook nog kunnen rusten. Om half vijf smste Elsa hoe het ons verging. Ze was opgestaan om te eten voor het vasten (ramadan) begon en vroeg ons om kwart over vijf of we het konden zien, die roze gloed in het oosten die de dag aankondigde? We draaiden ons om en zagen inderdaad dat het achter ons heel langzaam rozig licht begon te worden. We werden langzaam ingehaald door de natuur en toen we in Velsen-Noord aankwamen was het inmiddels licht. M’n spieren rondom m’n knieen deden inmiddels zodanig pijn dat ik m’n eerst tussenstop aanvroeg, waar Esther gelukkig mee instemde. We vonden een cooperatie die bankjes verkocht en die buiten in een tuin uitgestald had staan en streken neer. Een korte stop van 3-4 minuten, een paar slokken water, en dan weer verder. We dachten dat de volgende rust toch vlakbij moest zijn, maar dat viel nog vies tegen. Ik zag inmiddels iemand op een bankje zitten die er niet was, en Esther dacht in elk uithangbord een tankstation te herkennen (daar konden we naar de wc volgens Santa van de vorige rust). Uiteindelijk vonden we daadwerkelijk het tankstation op de meubelboulevard in Beverwijk en ook de rustpost. Esther en ik hadden allebei last van onze voeten en we inspecteerden op blaren, maar er was niks te zien. Nog maar eens wat boterhammen gegeten en wat frisdrank gedronken. 41km Dat betekende dat we over de helft waren! Het leek nog wel een heel eind.

We gingen op weg naar de sluizen van Ijmuiden en kregen bericht van Jose; hoe laat we daar verwachten te zijn? Dat was een leuke verrassing! Jose zou oorspronkelijk een heel stuk meelopen, maar had door een val van een paard haar heup ernstig geblesseerd. Nu kwam ze dus toch nog naar de rust met Rob! We gaven door dat we tegen tienen in Ijmuiden zouden zijn, maar merkten al gauw dat we al veel verder waren dan we dachten. We smsten opnieuw en waren inderdaad al om 9.20 bij de rust. We namen de tijd en werden verwend met warme soep, drinken, en wederom stralend vriendelijke vrijwilligers! Na zo’n vijf minuten arriveerde Jose en Rob met nog meer lekkers en een luisterend oor. Heerlijk om hun gezichten te zien! Esther ontdekte dat de pijn aan haar hielen volledig verklaarbaar was; ze had twee joekels van blaren! De EHBO-er ter plaatse werd aan het werk gezet om te prikken en zou ook gaan intapen, maar dat gebeurde niet naar tevredenheid van Bill die het al gauw overnam. En zo trokken we weer verder, Esther met een gerust hart en pijnlijke voeten. We zongen een liedje om op gang te komen en de pijn te verdringen.

Nana en m’n ouders zouden bij Parnassie op ons wachten, dus die moesten ingeseind worden; we liepen nog steeds op schema! Maar eerst een stuk duinen en strand. Gelukkig was het eb en was het zand hard, dus dat liep lekker, alleen die opgang naar Parnassia was rul zand en dus flink ploegen, maar daar wachten mensen die we kenden, dus nog even doorzetten! Al gauw zagen we de lachende gezichten van m’n ouders en Nana. We kregen frietjes en cola en konden onze verhalen kwijt. Op de wc fristen we ons op, wat heerlijk voelde. Want al zei iedereen dat we er nog zo fris uitzagen; zo voelden we ons absoluut niet!

De tijd begon te dringen en we moesten echt weer verder! De meeste mensen waren al verder, maar gelukkig zagen we Gery nog. Die zat in de organisatie dus als die er nog was, hield dat vast in dat het goed zou komen!. We liepen achter het duin naar Bloemendaal en gingen vanaf daar dwars door de duinen heen langs het racecircuit van Zandvoort op naar Bentveld. Het op en neer lopen begon zwaar te worden, m’n benen deden nu eigenlijk constant pijn en Esther en ik liepen in stilte naast elkaar. Gingen we dit wel halen? Voorlopig liepen we nog, dus we kwamen steeds verder, meer verder dan de volgende rust wilde ik echt nog niet denken! De tijd begon te dringen, maar sneller konden we echt niet!

Bij de rust op de 65km waren het wederom de vrijwilligers die ons onthaalden, samen met de andere wandelaars die daar neergeploft waren. We waren weer een stukje ingelopen en liepen nu niet meer helemaal achteraan. Gery wist ons te vertellen dat er nog een “pittig”stuk aankwam, en we gingen dus maar gauw weer verder.

Dat pittig, daar was niks aan overdreven. We liepen het bos in en werden getrakteerd op heuvels en afdalingen en ongelijke bosgrond met stenen en wortels. Met benen en voeten die eigenlijk toch al niet meer wilden... ik geloof dat ik een half rolletje dextro heb gegeten om me er doorheen te slepen. We zagen een hele roedel herten het pad oversteken, een klein momentje om te genieten. Maar het was ook daar op die heuvels dat Esther en ik begonnen uit te zien naar de Ibuprofen die ik bij de finish had liggen. Het waren maar 3km maar we deden er een uur over. Precies het half uur speling dat we nog hadden waren we nu dus kwijt, maar we waren te moe om ons daar druk over te maken. Toen we het bos uitkwamen bleek er een bezoekerscentrum met een wc, waar we allebei erg blij van werden. We liepen verder en smsten en belden met Elsemarie, Ferry en Louise; nog meer vrienden die bij de volgende rust op ons zouden wachten.

We werden ontvangen met gejuich van de vrijwilligers, van wie we er velen al herkenden van eerdere rusten. En inderdaad waren m’n vrienden er ook. We kregen een bakje met ananas en chocola en drinken. En laat Louise nou net de thee bij zich hebben die ze op de rust niet meer hadden. Weer kregen we te horen dat we er nog zo fris uitzagen, wat deed dat goed! Al die lieve woorden! We moesten helaas veel te snel weer verder. De laatste 7km wachten nog op ons. En we hadden nog maar een uur en drie kwartier. We waren er inmiddels wel van overtuigd dat we de 80km gingen halen, maar of dat binnen de tijd ging lukken? We liepen stug door. Ik zakte een keer door een knie, en Esther probeerde die verrekte blaren te negeren. Op de 77km was er weer rust en wachtte Elsa op ons om de laatste 3km met ons mee te lopen. Doorbijten dus! We kwamen aan bij de rust, waar Elsa en haar vader wachtten en hoorden dat we tot half zeven mochten finishen. Toch maar even een drankje met z’n vieren dan. We zaten niet lang, want ook dat zitten gaf geen rust aan de knieen. Elsa hielp ons het laatste half uur door met nieuwe verhalen. Ze weet hoe het is om zich te verbijten, dat heeft ze vorig jaar in Nijmegen al laten zien. Ze paste haar tempo aan ons aan en babbelde vrolijk over Egypte en stelde ons vragen over hoe het was gegaan de hele nacht lopend. Voor we het wisten waren we in Vijfhuizen. Dit gedeelte kenden we, we hadden het immers in het begin al per ongeluk gelopen. Nog een klein stukje. In de verte zien we een brug over de vaart, waar aan de andere kant m’n ouders enthousiast staan te zwaaien. Ben blijkt op de brug te staan om ons te feliciteren, en een aantal meiden verkleed als heksen geeft ons gladiolen. Ook Elsa wordt voor Kennedymarsloper aangezien en krijgt gladiolen. Als ze eerlijk zegt dat ze maar 3km heeft gelopen zegt het meisje met een grote glimlach ”maar dat telt ook!”. Het weerspiegelt voor mij de sfeer die al die geweldige vrijwilligers wisten te creeren! Met de gladiolen en de bloemen van m’n ouders lopen we verder over de weg naar de feesttent. Er staan allemaal mensen langs de kant die ons feliciteren en ik schiet vol. We hebben het gehaald!!!! Tachtig kilometer gelopen, de nacht doorgehaald, de pijn overwonnen, het voelt geweldig. We zien een aantal van de vrijwilligers terug die we bedanken en de andere wandelaars die we feliciteren. Bij de tafel in de tent melden we ons voor de laatste keer. Nummer 9 (Brechje) en nummer 6 (Esther), we krijgen onze medailles, certificaten en ik krijg ook een stempelkaart met officieel Kennedymars-stempel. Esther heeft die laatste niet door en vergeet er naar te vragen, hopelijk kan ze die alsnog krijgen. Voor als we vaker Kennedymarsen gaan lopen....

In m’n tas bij de finish zit de ibuprofen en die nemen we in met de fanta die m’n moeder snel geregeld heeft.. De pijn trekt weg, en we worden terug naar Haarlem gereden.

En nu... is het alleen nog maar genieten. De spierpijn achteraf viel reuzemee, en de herinneringen zijn geweldig. Esther bleek een geweldig wandelmaatje, en ik heb me verbaasd over het feit dat een nacht niet slapen ons blijkbaar zo weinig extra vermoeide. We hoorden dat de Kennedymars van Vijfhuizen een is die zwaar is, vergeleken met andere Kennedymarsen, maar het heeft bij mij een warm plekje. Zoveel lieve vrijwilligers.....dank, dank dank!!!